Inhoud van deze gids
TENS staat voor transcutane elektrische zenuwstimulatie. Dat klinkt technisch, maar het idee is eenvoudig: via plakelektroden op je huid stuurt een klein apparaat zwakke stroompulsjes naar de zenuwen eronder. Je voelt dat als tintelen of kloppen. Het doel is niet om een spier te laten samentrekken, maar om het pijnsignaal dat naar je hersenen gaat te dempen.
TENS-apparaten zijn al decennia een vast onderdeel van de fysiotherapie. Sinds een paar jaar zijn ze ook voor thuisgebruik verkrijgbaar, met prijzen die beginnen rond de €26. Het aanbod loopt uiteen van een eenvoudig kastje met drie knoppen tot apparaten waarop je frequentie en pulsbreedte tot op de microseconde instelt.
We hebben specificaties, handleidingen en gebruikerservaringen naast elkaar gelegd om uit te leggen hoe TENS werkt, wat de instellingen betekenen en hoe je het veilig gebruikt. Ook leggen we uit waarom het bij de ene persoon wel helpt en bij de andere niet. Aan de hand van vier apparaten zie je hoe die theorie in de praktijk terugkomt.
Twee manieren waarop TENS pijn dempt
Achter TENS zitten twee mechanismen. De meeste apparaten kunnen beide, en het verschil zit in de frequentie.
Het eerste mechanisme heet de poorttheorie, in het Engels pain gate. Pijnprikkels en aanrakingsprikkels reizen via het ruggenmerg naar de hersenen. Volgens deze theorie zit er in het ruggenmerg een soort poort die maar een beperkt aantal signalen tegelijk doorlaat. Stuur je veel onschuldige prikkels, zoals tintelingen, dan schuift het pijnsignaal deels achteraan in de rij. Je voelt de pijn minder zolang het apparaat aan staat. Voor dit effect gebruik je een hoge frequentie, grofweg 80 tot 120 Hz. Het werkt snel, maar houdt na het uitzetten ook niet lang aan.
Het tweede mechanisme draait om endorfine, de pijnstiller die je lichaam zelf maakt. Met een lage frequentie van ongeveer 2 tot 10 Hz voel je eerder een kloppend of tikkend ritme. Dat zou de aanmaak van endorfine stimuleren. Het effect komt langzamer op, maar kan na de behandeling langer doorwerken.
Een mooi voorbeeld van hoe fabrikanten dit vertalen, zien we bij de TensCare Perfect TENS. TensCare documenteert in de handleiding precies wat elk programma doet. De programma's A en E zijn constante pain gate-standen, B en D zijn endorfinestanden. Programma C is burst: korte salvo's van pulsen. F en G variëren de pulsbreedte of de frequentie, zodat je huid niet went aan een constant signaal. Programma H wisselt elke 3 seconden tussen tikken en tintelen. Wie zelf wil instellen, heeft ook een handmatige stand van 2 tot 150 Hz en 50 tot 250 µs. Het apparaat onthoudt de laatst gebruikte instellingen, zodat je niet elke keer opnieuw hoeft te zoeken.
Ook de kleinere menstruatie-TENS van TensCare, de Ova+, volgt dit patroon: twee standen op 110 Hz, een burststand op 2 Hz en een stand op 10 Hz.
Uit onze analyse blijkt dat de meeste goedkope apparaten deze termen niet noemen. Een programma heet dan 'onderrug' of 'schouder'. Dat betekent niet dat er geen keuze achter zit; je ziet hem alleen niet. Wie wil begrijpen wat hij doet, heeft meer aan een apparaat waarvan de fabrikant de programma's uitlegt.
Belangrijk om te weten: de wetenschappelijke onderbouwing van TENS is wisselend. In gebruikersreviews zie je dat terug. Bij de Beurer EM 49 schrijven meerdere kopers dat de pijn gedempt wordt, maar niet verdwijnt. Bij de Kluvaro KRES200C meldt een gebruiker met een nekhernia directe verlichting van een 6 tot 8 naar een 2 tot 4 op een schaal van 10, met een effect dat binnen 30 minuten weer wegebde. Dat sluit aan bij het pain gate-mechanisme: werkzaam zolang het apparaat aan staat.
TensCare Perfect TENS (dubbelkanaals TENS-apparaat)
Frequentie, pulsbreedte en intensiteit uitgelegd
Drie instellingen bepalen hoe TENS aanvoelt en wat het doet. Wie ze kent, kan beter kiezen tussen apparaten en beter begrijpen wat een fysiotherapeut adviseert.
De frequentie, in hertz (Hz), is het aantal pulsen per seconde. Bij 2 Hz voel je twee tikken per seconde; bij 100 Hz voelt het als een gelijkmatig zoemen of tintelen. Zoals hierboven uitgelegd: hoog voor pain gate, laag voor endorfine.
De pulsbreedte, in microseconden (µs), is hoe lang elke puls duurt. Een smalle puls van 50 µs voelt oppervlakkig en scherp aan. Een bredere puls van 200 tot 300 µs dringt dieper door en voelt voller. Bredere pulsen bij een lage frequentie kunnen spieren laten samentrekken; dat is het grensgebied met EMS.
De intensiteit, uitgedrukt in milliampère (mA), bepaalt hoe sterk de prikkel is. Die stel je zelf in tot het een duidelijke maar comfortabele tinteling is. Pijn mag het nooit doen.
Hoe ver kun je hiermee gaan? De Roovjoy TENS + EMS PRO is daar het uiterste voorbeeld van in het thuissegment. Volgens de specificaties loopt de frequentie van 1 tot 150 Hz, de pulsbreedte van 50 tot 380 µs en de intensiteit tot 90 mA bij 1000 ohm. Het apparaat kent vijf modi. Continu is een constante puls. Modulatie laat frequentie of pulsbreedte golven, zodat je zenuwen niet gewend raken. Burst geeft korte pakketjes pulsen. Han wisselt hoge en lage frequentie af, om beide mechanismen te combineren. Kaada is een vooraf ingesteld stimulatiepatroon dat Roovjoy als aparte modus aanbiedt. Van de 30 TENS-programma's zijn er 10 vrij in te stellen.
Ter vergelijking: de Omron PocketTens heeft een vaste pulsduur van 100 µs en een frequentie tussen ongeveer 1 en 108 Hz, en je stelt alleen de intensiteit in, in 10 stappen. De Beurer EM 49 combineert 64 vaste programma's met 6 eigen programma's waarin je frequentie, pulsbreedte en aan/uit-tijd zelf bepaalt.
Ook het aantal intensiteitsstappen loopt sterk uiteen. De PocketTens heeft er 10, de Omron E3 Intense 15, de medisana TT 200 40 en de TensCare Perfect TENS 60, tot een maximum van 80 mA. Meer stappen betekent dat je fijner kunt afstemmen. Dat is vooral prettig als je gevoelig bent, of als je merkt dat één stap te veel een onaangenaam gevoel geeft.
Gewenning is een bekend verschijnsel bij TENS, en het verklaart waarom fabrikanten modulerende programma's aanbieden. Na een paar minuten voel je dezelfde stand minder sterk. Je kunt de intensiteit dan iets verhogen, of kiezen voor een modulerend programma dat dat effect tegengaat.
Roovjoy TENS + EMS PRO (R-C101G), oplaadbaar
Verkrijgbaar bij:
Hoe vaak, hoe lang en waar plak je de elektroden?
Een TENS-apparaat werkt alleen als de elektroden goed zitten en je het met mate gebruikt.
De meeste fabrikanten geven een richtlijn voor duur en frequentie. Omron adviseert in de productbeschrijving van de PocketTens en E3 Intense om maximaal 3 keer per dag een sessie te doen van maximaal 30 minuten. De PocketTens schakelt zelf na 15 minuten uit. Andere apparaten hebben een timer die je instelt: bij de TensCare Perfect TENS kies je tussen 10, 20, 30, 45, 60 of 90 minuten of continu, met 20 minuten als standaard. Bij de axion STIM-PRO Eco kies je 30 of 60 minuten of continu.
Waarom niet langer? De huid onder de elektroden heeft rust nodig, en langdurig gebruik kan irritatie geven. Volg daarom altijd de richtlijn uit de handleiding van jouw apparaat.
Dan de plaatsing. De basisregel: de elektroden komen rond of over het pijnlijke gebied, met minimaal een paar centimeter tussen de pads. Gebruik je 4 elektroden op 2 kanalen, dan plak je ze meestal in een vierkant of een kruis rond de pijnlijke plek. Veel apparaten helpen daarbij. De Beurer-reeks toont de plaatsing op het display. Omron werkt met zones: kies je 'onderrug', dan plak je de pads daar en zorgt het programma voor de rest.
De Omron PocketTens is een goed voorbeeld van hoe eenvoudig het kan zijn. Het apparaat heeft 3 zones (arm en schouder, onderrug, been en voet), 2 massagemodi en 10 intensiteitsniveaus, en je bedient het met één hand. Er zit 1 kanaal op met 2 Long Life pads die tot 150 keer mee kunnen. Op 2 AAA-batterijen doe je er volgens Omron ongeveer 3 maanden mee bij 15 minuten per dag. Voor wie TENS wil proberen zonder zich in de techniek te verdiepen, is dit het type apparaat waarmee je begint.
Wel een kanttekening: 2 van de 10 Bol-reviewers vinden de PocketTens niet krachtig genoeg. Een eenvoudig apparaat heeft vaak ook een beperkter vermogen.
Nog een paar praktische tips uit de handleidingen en reviews. Maak de huid schoon en vetvrij voordat je plakt. Zet het apparaat altijd uit voordat je elektroden verplaatst of verwijdert, anders kun je een onaangename schok voelen. Bouw de intensiteit langzaam op. En bewaar de pads na gebruik op hun folie of drager. Meerdere kopers van de Beurer EM 59 en EM 50 melden dat de gelpads uitdrogen of hun kleefkracht verliezen als je dat niet doet.
Een gebruiker van de Beurer EM 49 merkte nog iets praktisch op: de intensiteit start bij elke sessie weer bij nul, en hij moest hem met zo'n 20 klikken opbouwen. Dat is bij veel apparaten zo, uit veiligheidsoverwegingen.
OMRON PocketTens TENS-apparaat
Veiligheid, contra-indicaties en wanneer TENS niet werkt
TENS is voor de meeste mensen veilig, maar er zijn situaties waarin je het niet of alleen na overleg gebruikt. De handleidingen van de apparaten die we bekeken, noemen grotendeels dezelfde contra-indicaties.
Gebruik TENS niet zonder toestemming van je arts als je een pacemaker of hartritmestoornissen hebt, als je zwanger bent (met uitzondering van speciale bevallings-TENS tijdens de bevalling), bij epilepsie, of met metalen implantaten in het gebied dat je wilt behandelen. medisana noemt ook trombose. Plak elektroden nooit op de voorkant van de hals, op wonden of op geïrriteerde huid. Beurer noemt acute verwondingen en huidirritatie expliciet. Sommige fabrikanten noemen een minimumleeftijd: axion raadt de STIM-PRO Comfort af voor kinderen onder 14 jaar.
Een tweede punt is minder bekend: TENS bestrijdt symptomen, geen oorzaken. Wie zonder diagnose langdurig pijn dempt, loopt het risico een onderliggende aandoening te missen. Heb je nieuwe of onverklaarde pijn, of pijn die na een paar weken niet minder wordt, laat dat dan eerst beoordelen.
En dan de vraag die veel kopers zich stellen: waarom werkt het bij mij niet? Uit de reviews komen een paar patronen naar voren. Sommige mensen voelen te weinig, zoals bij de PocketTens. Anderen merken effect zolang het apparaat aan staat, maar niet daarna. Een Omron E3-gebruiker merkte bij pijn in zijn bovenbeen helemaal niets, terwijl hij het apparaat bij schouderklachten wel ontspannend vond. Plaatsing, frequentie en het type pijn spelen allemaal mee. Zenuwpijn reageert soms anders dan spierpijn, en een klein behandelvlak met 2 pads bereikt bij een grote spiergroep misschien te weinig.
Wat helpt dan? Probeer meerdere programma's, varieer de plaatsing van de elektroden en geef het een paar dagen. Werkt het nog steeds niet, vraag dan je fysiotherapeut om advies. Die kan je vertellen welke frequentie en pulsbreedte passen bij jouw klacht.
Dat is precies waar een apparaat met vrije instellingen van pas komt. De axion STIM-PRO Eco heeft geen voorgeprogrammeerde lichaamszones, maar 3 modi (normaal, burst en modulatie) waarin je frequentie, pulsbreedte en intensiteit zelf instelt. Voor een beginner is dat lastig. Voor iemand die werkt met een behandelaar is het juist handig. Een gebruiker met een chronische schouderpeesontsteking schrijft dat zijn fysiotherapeut akkoord gaf en dat hij het apparaat zelfs 's nachts gebruikt. Het apparaat is geregistreerd als medisch hulpmiddel klasse IIa en heeft 2 jaar garantie. Let wel op: in de productinformatie op Bol staat geen Nederlandse handleiding vermeld.
axion STIM-PRO Eco TENS-apparaat (versie met oplaadbare batterij, USB-C)
Verkrijgbaar bij:
Conclusie
TENS dempt pijn door de zenuwen een andere prikkel te geven. Met hoge frequenties rond 80 tot 120 Hz rem je het pijnsignaal af zolang het apparaat aan staat; met lage frequenties van 2 tot 10 Hz stimuleer je de aanmaak van endorfine. Pulsbreedte en intensiteit bepalen hoe diep en hoe sterk je het voelt.
Voor wie wil beginnen: kies een apparaat met vaste programma's of zones, zoals de Omron PocketTens of een Beurer, en houd je aan maximaal 3 sessies van 30 minuten per dag. Wil je begrijpen wat je doet, kijk dan naar een apparaat waarvan de fabrikant de programma's uitlegt, zoals de TensCare Perfect TENS. Werk je met een fysiotherapeut, dan bieden de Roovjoy of axion STIM-PRO Eco de vrijheid om zijn advies precies op te volgen. Lees altijd eerst de contra-indicaties, en laat pijn die niet overgaat beoordelen. Een TENS-apparaat is een hulpmiddel om beter met pijn om te gaan, geen vervanging van een diagnose of behandeling door een arts of fysiotherapeut.