Inhoud van deze gids
Wie een elektrische deken zoekt, komt twee typen tegen: de onderdeken en de bovendeken. Allebei geven ze warmte. Toch liggen ze op een andere plek, werken ze anders en zijn ze bedoeld voor een ander moment van de dag.
Een onderdeken leg je op de matras, onder het hoeslaken, en zet je aan voordat je gaat slapen. Een bovendeken gebruik je over je heen, vaak als plaid op de bank. Uit onze analyse van handleidingen, specificaties en gebruikersreviews blijkt dat veel kopers dat onderscheid pas merken als het product al thuis ligt. Hieronder lees je hoe een onderdeken werkt, waarom de plaatsing zoveel uitmaakt voor het warmteverlies, welke vormen er bestaan en wat je over veiligheid, maten en prijzen moet weten voordat je kiest.
Hoe een elektrische onderdeken werkt
Een elektrische onderdeken is in de basis een dunne deken met verwarmingsdraden erin. Via een schakelaar aan het snoer kies je een warmtestand. De deken zelf is plat: de Inventum HN136i meet 150 bij 80 cm en is ongeveer 0,8 cm dik, dus onder het hoeslaken voel je hem nauwelijks.
Het vermogen van een eenpersoons onderdeken is bescheiden. De HN136i gebruikt 60 W en heeft 3 warmtestanden. Dat is hetzelfde vermogen als een ouderwetse gloeilamp, en het is ook het vermogen dat we bij de meeste klassieke modellen in ons onderzoek tegenkwamen. Een onderdeken hoeft namelijk geen kamer te verwarmen, alleen de laag waar jij straks op ligt.
Wat een onderdeken anders maakt dan een kruik is de manier van gebruik. Inventum adviseert om de deken ongeveer 30 minuten voor bedtijd op de hoogste stand aan te zetten, met het dekbed er al overheen. Het dekbed houdt de warmte vast, zodat het bed op temperatuur is als je erin stapt. Daarna zet je hem uit of laat je hem op een lage stand staan. Een gebruiker van de HN136i met koude, pijnlijke voeten schrijft dat stand 1 voor haar ruim voldoende is. Dat beeld zien we in meer reviews terug: de hoogste stand dient vooral om op te warmen.
De HN136i laat ook een detail zien dat je bij veel onderdekens tegenkomt: een extra warme voetzone. Inventum verwerkt in het voeteneind een extra warmte-element. Die zone is niet los te regelen; hij wordt simpelweg warmer dan de rest. Voor mensen die vooral last hebben van koude voeten is dat vaak genoeg. Wie voeten en lichaam los wil instellen, heeft een model met twee zones nodig.
Veiligheid zit bij de bekende merken in de regeling zelf. De HN136i heeft het Inventum Safety System, dat met sensoren oververhitting bewaakt, en draagt het KEMA-keur van DEKRA en het Öko-Tex 100-label voor de stof. Wat dit model niet heeft, is een timer of automatische uitschakeling. In de reviews komt dat terug als minpunt, en het is meteen een van de belangrijkste keuzepunten bij een onderdeken.
Tot slot de opwarmtijd. De specificaties van de HN136i noemen 30 minuten. Dat past bij het advies om voor te verwarmen: een onderdeken is geen apparaat dat binnen een minuut warm is, maar een product dat je een half uur vooruit aanzet. Modellen met een turbostand brengen die tijd terug naar ongeveer een kwartier, maar ook dan blijft vooruit plannen de gewoonte. De HN136i valt doorgaans in de prijsklasse van €56 tot €76 en scoort op Bol 4,4 uit 409 reviews, die hij deelt met de tweepersoons uitvoering.
Inventum HN136i
Verkrijgbaar bij:
Onderdeken of bovendeken: de plek bepaalt de warmte
Het grootste verschil tussen beide typen zit niet in de techniek maar in de plaatsing. Een onderdeken ligt tussen matras en hoeslaken. Een bovendeken ligt bovenop je, of om je heen op de bank.
Waarom maakt dat zoveel uit? Warmte zoekt altijd de koudste omgeving op. Onder het dekbed zit de onderdeken ingeklemd tussen twee isolerende lagen: de matras eronder en het dekbed erboven. De warmte die de deken afgeeft, blijft dus grotendeels in het bed hangen. Daarom kan een onderdeken met 60 W toe, en daarom adviseren fabrikanten om het dekbed er tijdens het voorverwarmen al overheen te leggen. Leg je het dekbed pas later terug, dan verdwijnt een deel van die warmte eerst de slaapkamer in.
Een bovendeken mist die isolatie aan de bovenkant. Op de bank geeft hij warmte af aan jou, maar ook aan de lucht in de kamer. Dat is geen gebrek, het is een ander doel: je wilt je lichaam warm houden terwijl je zit, niet een bed voorverwarmen dat straks onder een dekbed verdwijnt.
Uit de handleidingen die we hebben bestudeerd, blijkt dat de twee typen niet uitwisselbaar zijn. Een onderdeken is gemaakt om plat te liggen. Fabrikanten waarschuwen ervoor om hem gevouwen of opgerold te gebruiken, omdat warmte zich dan ophoopt op plekken waar de draden dubbel liggen. Een onderdeken om je schouders slaan op de bank is dus geen goed idee, ook al gaat het om dezelfde soort verwarmingsdraad. Andersom is een bovendeken niet bedoeld om onder het hoeslaken te liggen, met het gewicht van een slapend lichaam erop.
Er zit nog een praktisch verschil in het moment van gebruik. Een onderdeken gebruik je rond het slapen: aanzetten, bed opwarmen, uitzetten of op een lage stand laten staan. Een bovendeken gebruik je juist terwijl je wakker bent en zelf aan de knop kunt draaien. Dat verklaart waarom automatische uitschakeling bij onderdekens zo'n belangrijk punt is: je valt in slaap terwijl de deken nog aanstaat.
Ook de stof verschilt in rol. Bij een onderdeken lig je er niet direct op, want het hoeslaken zit ertussen. De stof hoeft vooral plat te blijven en goed te wassen. Bij een bovendeken voel je de stof direct op je huid, dus daar speelt zachtheid een grotere rol.
Voor wie twijfelt, helpt een eenvoudige vraag. Heb je het vooral koud als je in bed stapt, of 's nachts aan je voeten? Dan is een onderdeken de logische keuze. Zit je 's avonds koud op de bank? Dan zoek je een bovendeken of verwarmde plaid. Herken je allebei, dan heb je eigenlijk twee producten nodig, elk voor zijn eigen plek.
Klassiek, hoeslaken of matrashoes: drie vormen
Onderdekens bestaan in drie vormen. Het verschil lijkt een detail, maar het bepaalt hoe de deken blijft liggen en hoe groot het verwarmde deel van je bed is.
De klassieke vorm is een losse rechthoek, meestal 150 bij 80 cm. Je legt hem op de matras, soms vastgezet met elastieken of banden, en trekt het hoeslaken eroverheen. Het hoofdeinde blijft vrij: op een matras van 200 cm ligt het verwarmde deel ruwweg tussen schouders en voeten. Dat is bewust zo, je hoofd hoeft niet verwarmd te worden.
De tweede vorm is het hoeslaken. De Inventum HL197V is daar een goed voorbeeld van: 210 bij 92 cm, met hoeken die om de matras vallen zodat de deken niet kan schuiven. Hij weegt 2,4 kg, ongeveer twee keer zoveel als een klassiek model, en heeft dezelfde regeling als het topmodel van Inventum: twee zones met elk 9 standen en automatische uitschakeling na 12 uur. Een kanttekening komt uit de reviews. Een koper meldt dat het verwarmde oppervlak van de HL197V maar ongeveer 136 cm lang is, terwijl het laken 210 cm meet. Dat is één meting en geen officieel gegeven, maar het laat zien dat de maat van het laken weinig zegt over de maat van het warme deel. De HL197V valt doorgaans in de prijsklasse van €77 tot €104 en scoort op Bol 3,8 uit ongeveer 160 reviews, lager dan de andere Inventum-modellen in ons onderzoek.
De derde vorm is de matrashoes. De Dreamland 16969 meet 195 bij 90 cm en trek je als hoes over de matras. Hij heeft 6 warmtestanden, automatische uitschakeling en een vermogen van 150 W: ruim twee keer de gangbare 60 W. Dat hogere vermogen past bij het grotere formaat, maar betekent bij lang gebruik ook een hogere stroomrekening. Met een prijsklasse van €100 tot €136 is dit de duurste eenpersoons onderdeken die we bekeken. Over het precieze verwarmde oppervlak en de wasinstructies van dit model vonden we geen officiële gegevens.
Welke vorm past bij jou? Een klassieke onderdeken is goedkoper en makkelijk te wassen en op te bergen. Een hoeslaken of hoes blijft beter op zijn plek en is interessant als je last hebt van een deken die 's nachts opschuift of plooien maakt. Let bij alle drie op het verwarmde oppervlak en niet alleen op de buitenmaat. En controleer bij een hoes of hoeslaken of de hoeken passen op de dikte van je eigen matras, want een laken dat te strak of te los zit, ligt niet plat.
Nog een praktisch punt: een losse deken kun je ook op een ander bed leggen of meenemen. Een hoeslaken of hoes is gebonden aan één matrasmaat. Wie binnenkort een nieuw bed koopt, doet er goed aan daar rekening mee te houden.
Inventum HL197V
Verkrijgbaar bij:
Dreamland 16969
Verkrijgbaar bij:
Veiligheid, maten en prijsklassen in het kort
Een elektrische onderdeken gebruik je 's nachts, vlak bij je lichaam. Veiligheid hoort daarom bij elke keuze. Uit onze analyse van de handleidingen komen vier punten naar voren.
Het eerste is oververhittingsbeveiliging. Bij bijna alle modellen die we onderzochten staat die in de specificaties; alleen bij een paar vonden we geen officiële bevestiging. Merken geven het een eigen naam (Inventum spreekt van ISS, Beurer van BSS), maar het principe is gelijk: de deken schakelt uit of terug als hij te warm wordt.
Het tweede is automatische uitschakeling, en daar zit wel verschil in. Sommige modellen gaan na 3 uur uit, andere na 12 uur, en een deel heeft helemaal geen automatische uitschakeling. De HN136i hoort bij die laatste groep. Wie de deken alleen gebruikt om voor te verwarmen en daarna uitzet, merkt daar weinig van. Wie weleens in slaap valt met de deken aan, kiest beter een model met timer.
Het derde punt is zwakstroom. Een klein deel van de onderdekens werkt via een transformator op 24 V in plaats van rechtstreeks op 230 V. Fabrikanten brengen dat als extra geruststelling.
Het vierde punt is controle. De handleidingen vragen om de deken voor gebruik na te kijken op slijtage en beschadigde snoeren, en hem nooit gevouwen te gebruiken. Ook staat erin dat onderdekens niet bedoeld zijn voor kinderen van 0 tot 3 jaar.
Dan de maten. De meest voorkomende eenpersoonsmaat is 150 bij 80 cm. Je ziet ook 150 bij 70 cm, 160 bij 80 cm en lange modellen van 190 cm. Tweepersoons onderdekens zijn er onder meer in 150 bij 150 cm en 160 bij 140 cm, vaak met twee schakelaars zodat elke kant een eigen stand krijgt. De HN136i heeft zo'n tweepersoons broer: de HN236i van 150 bij 150 cm met 2 x 60 W en twee schakelaars. Houd bij de maat rekening met de lengte van je matras en met je eigen lengte; bij langere mensen valt de voetzone van een korte deken al snel te hoog.
Tot slot de prijs. In ons onderzoek liepen de prijsklassen uiteen van €19 tot €25 voor de eenvoudigste modellen tot €100 tot €136 voor de Dreamland-hoes. Daartussen zit een middengroep van ruwweg €50 tot €90, waar je modellen vindt met een aparte voetzone, meer standen, een timer en bij de bekende merken vaak 5 jaar garantie. Een klassieke onderdeken met extra warme voetzone, zoals de HN136i, kost dus meer dan een basismodel maar minder dan een hoes of hoeslaken. Een hoeslaken als de HL197V zit met €77 tot €104 al in het bovenste deel van die middengroep.
Prijs zegt overigens weinig over veiligheid. Ook de goedkoopste modellen die we bekeken hebben een oververhittingsbeveiliging. Het verschil zit vooral in comfort, regelmogelijkheden, timerfuncties en garantie.
Conclusie
Kies een onderdeken als je een koud bed wilt voorverwarmen of 's nachts koude voeten hebt. Kies een bovendeken als je vooral warmte zoekt op de bank. Gebruik de twee niet door elkaar: een onderdeken is gemaakt om plat onder het hoeslaken te liggen, nooit gevouwen of om je heen.
Binnen de onderdekens bepaalt de vorm hoe de deken blijft liggen. Een klassiek model als de Inventum HN136i is eenvoudig en relatief voordelig, een hoeslaken als de HL197V schuift niet en een hoes als de Dreamland 16969 bedekt de hele matras. Kijk bij elke keuze naar drie dingen: het verwarmde oppervlak, de automatische uitschakeling en de maat van je matras. In onze reviews van deze modellen lees je per deken wat dat in de praktijk betekent.