Inhoud van deze gids
De meeste klachten over weerstations gaan niet over het station. Ze gaan over een buitentemperatuur die op een zonnige middag graden te hoog staat, een windmeter die niets aangeeft terwijl de bomen bewegen, of een sensor die om de paar dagen het contact verliest. In bijna al die gevallen is de plek het probleem.
Een buitensensor meet de lucht op de plaats waar hij hangt. Hangt hij tegen een zuidmuur, dan meet hij een warme muur. Staat hij achter de schuur, dan meet hij geen wind. Zit hij te ver weg of achter te veel beton, dan komt het signaal niet aan. De fabrikant kan daar weinig aan doen.
We hebben de reviews en documentatie van 27 weerstations doorgenomen om te zien wat er in de praktijk misgaat. Deze gids zet de lessen op een rij: waar je een sensor voor temperatuur en vocht hangt, hoe je met wind en regen omgaat, wat je doet aan bereik en verbinding, welke batterijen je gebruikt en welk onderhoud erbij hoort.
Temperatuur en luchtvochtigheid: schaduw, lucht en afstand
De sensor voor temperatuur en luchtvochtigheid is bij een basisstation een klein kastje, bij uitgebreidere stations een onderdeel van de buitenunit. De regels zijn dezelfde.
Regel één: uit de zon. Een sensor in direct zonlicht warmt op en meet zijn eigen behuizing in plaats van de lucht. Het verschil kan op een heldere dag vele graden zijn. Dat geldt ook voor witte behuizingen en voor sensoren met een stralingsschild van lamellen; die beperken het effect en nemen het niet weg. In de reviews van een veelverkocht station met gecombineerde buitenunit is een te hoge temperatuur in de zon een van de terugkerende punten.
De klassieke plek is een muur op het noorden, onder een dakoverstek of afdakje. Daar komt de zon niet of nauwelijks, en de sensor blijft droog. Het noordoosten kan ook; de ochtendzon is daar kort.
Regel twee: niet tegen een warme muur. Een verwarmd huis geeft warmte af door de gevel, vooral bij oudere woningen. Een sensor die pal tegen de muur zit, meet in de winter te hoog. Houd een paar centimeter afstand met een beugeltje, of hang hem aan een schuur, schutting of paal die niet verwarmd wordt.
Regel drie: lucht moet erlangs kunnen. Een sensor in een dichte hoek, achter een regenpijp of in een nis meet stilstaande lucht. Die warmt overdag meer op en koelt 's nachts minder af.
Regel vier: op de goede hoogte. Meteorologen meten op anderhalve meter boven kort gras. Thuis is ooghoogte een bruikbare benadering: hoog genoeg om niet de warmte van tegels of een terras te meten, laag genoeg om erbij te kunnen voor de batterijen.
Regel vijf: weg van bronnen. Geen afvoer van de wasdroger, afzuigkap of cv-ketel in de buurt, geen airco-buitenunit, geen barbecue.
Voor de luchtvochtigheid komt daar één ding bij. Een sensor die nat regent, geeft uren 99% aan, ook als de lucht allang droger is. Een afdakje helpt. De meeste buitensensoren zijn spatwaterdicht (IP44 of IPX4 in de specificaties), wat betekent dat ze regen overleven, niet dat ze er goed in meten.
Soms geeft de verkoper zelf bruikbare aanwijzingen. Het Auronic weerstation is een basisstation met een groot scherm van 20,5 x 13 cm, een barometer en één buitensensor met IPX4 en een bereik van 60 meter op 433 MHz. De verkoper adviseert de sensor niet in de volle zon te hangen en minstens 2,5 meter van computers te plaatsen. Dat tweede punt gaat over storing van het radiosignaal en komt in de volgende secties terug. Het station heeft 243 reviews met 4,4 uit 5; kopers noemen de installatie makkelijk en de waarden nauwkeurig. Het ondersteunt tot 3 sensoren, werkt op een adapter met AAA-batterijen als reserve (niet meegeleverd) en heeft 2 jaar garantie. De prijs ligt op €32 tot €43.
Heb je geen noordmuur, dan is een plek onder een carport, in een open tuinhuis of aan de schaduwkant van een schutting een redelijk alternatief. Een balkon op het zuiden is de lastigste situatie. Hang de sensor daar zo diep mogelijk in de schaduw van het balkon erboven en accepteer dat de middagwaarde in de zomer te hoog uitvalt.
Controleer je keuze met een eenvoudige proef. Vergelijk op een zonnige dag rond het middaguur de waarde van je sensor met die van een officieel weerstation in de buurt. Zit je er meer dan twee graden boven, zoek dan een andere plek.
Auronic Weerstation Draadloos Binnen en Buiten
Verkrijgbaar bij:
Wind en regen: hoog, vrij en waterpas
Wind en regen stellen andere eisen dan temperatuur, en die eisen botsen.
Een windmeter moet vrij staan. Elk obstakel in de buurt, een huis, een boom, een schutting, remt de wind af en maakt hem turbulent. De officiële norm is 10 meter hoog in open terrein. Dat haalt geen particulier. Een praktische richtlijn: zo hoog als veilig kan en boven de dichtstbijzijnde obstakels uit. Een mast aan de nok van het huis of de schuur, of een paal van een paar meter midden in de tuin, komt het dichtst in de buurt.
Wie de buitenunit op een paaltje van anderhalve meter naast de heg zet, meet een fractie van de werkelijke wind. Dat is geen fout van de meter. In de reviews van de Bresser met 7-in-1 sensor, een wifi-station met een buitenunit op 868 MHz en 150 meter bereik, staat dat de windmeting minder accuraat is zonder een vrije, hoge opstelling. Het station zelf wordt goed beoordeeld (4,6 uit 5 bij 17 reviews), het scherm ververst elke 10 seconden en de batterijen gaan volgens een koper minstens een jaar mee. De prijs ligt op €129 tot €174. Een tester van een verwant model noemt afwijkingen van 10 tot 20% bij wind normaal in deze klasse, ook bij een goede opstelling.
Een regenmeter wil het omgekeerde. Die moet vrij onder de hemel staan, maar liefst niet in de volle wind, want bij harde wind waait een deel van de regen over de trechter heen. Laag en open is beter dan hoog. Er mag niets boven hangen: geen takken, geen dakrand, geen waslijn.
En de thermometer wil, zoals in de vorige sectie stond, schaduw.
Bij een gecombineerde buitenunit zitten alle drie in één behuizing. Je kunt dus niet aan alle eisen voldoen. Een hoge, vrije plek is goed voor de wind, redelijk voor de regen en ongunstig voor de temperatuur op zonnige dagen. De meeste mensen kiezen voor de wind, omdat een windmeter achter een schutting niets waard is en een thermometer in de zon alleen op heldere middagen afwijkt. Het is een compromis, en het is goed om te weten dat het er een is.
Dan het monteren.
De unit moet waterpas. De regenmeter werkt met een wipje dat kantelt als het vol is; hangt de unit scheef, dan kantelt het te vroeg of te laat. Veel units hebben een ingebouwd waterpasje.
De unit moet op het noorden worden uitgericht, anders klopt de windrichting niet. Op de behuizing staat een pijl of een N. Niet elke unit laat zich makkelijk draaien. De Alecto WS-4700 is een veelverkocht station met een gecombineerde buitenunit voor temperatuur, vocht, wind en regen (4,5 uit 5 bij 142 reviews op Bol), en kopers merken op dat de voet van de buitenunit niet draaibaar is. Je moet dus de hele mast of beugel goed zetten. Bij een ander station is de sensor alleen 90 graden draaibaar en niet kantelbaar. De prijs van de WS-4700 ligt op €84 tot €113.
De mast zit er zelden bij. Je krijgt een montageplaat of beugels, en koopt zelf een buis. Let op de diameter: bij één station past de unit op een mast tot 50 mm. Bij een ander meldt een koper dat de meegeleverde stang 25 mm is waar 26 mm nodig was, met speling als gevolg. Een unit die wiebelt, meet wind die er niet is en slijt sneller.
Test alles op de grond voordat je de ladder op gaat. Batterijen erin, koppelen met het scherm, de windcups een zwiep geven, een glas water door de trechter gieten.
Bresser Wifi Weerstation met 7-in-1 Sensor
Verkrijgbaar bij:
Alecto WS-4700 Weerstation 6-in-1 met Draadloze Buitensensor
Bereik en verbinding
Het signaal van de buitensensor moet het scherm bereiken, en dat gaat vaker mis dan de specificaties doen vermoeden.
Het bereik op de doos, 30 tot 150 meter bij de stations die we bekeken, is gemeten in open veld. Tussen jouw sensor en je scherm zit geen open veld. Er zit een buitenmuur, misschien een tussenmuur, dubbel glas, een koelkast. Elk daarvan dempt het signaal. Beton met wapening en glas met een isolerende coating zijn de grootste boosdoeners. Reken er bij een paar muren op dat er een stuk minder overblijft.
Bij meerdere stations noemen de bronnen twee waarden: 30 en 100 meter, of 50 en 150 meter voor hetzelfde product. Ga uit van de laagste.
De frequentie maakt uit. Sensoren op 433 MHz delen hun band met deurbellen, afstandsbedieningen en de weerstations van de buren. Sensoren op 868 MHz hebben minder last van drukte. In een flat of rijtjeshuis kan dat merkbaar zijn.
Ook apparaten in huis storen. De verkoper van een basisstation raadt aan het scherm minstens 2,5 meter van computers te houden. Hetzelfde geldt voor televisies, routers, opladers en magnetrons. Een scherm dat boven op de wifi-router staat, heeft het moeilijk.
Hoe uit zich een verbindingsprobleem? Op het scherm verschijnen streepjes in plaats van de buitenwaarde, of de waarde blijft uren hetzelfde. Sommige stations geven een waarschuwing als het signaal wegvalt of de batterij van de sensor leeg raakt.
De MostEssential Wifi Edition laat zien dat het ook bij een hoog opgegeven bereik kan spelen. Het is een wifi-station met een kleurenscherm en sensoren voor temperatuur en luchtvochtigheid, met een bereik van 150 meter volgens de titel en 100 meter volgens de specificaties. De sensoren werken op lithiumaccu's die worden meegeleverd. Het station toont 4,5 uit 5 bij 151 reviews, een aantal dat wordt gedeeld met de andere weerstations van het merk. In de reviews met drie sterren keert één punt terug: de buitensensor verliest regelmatig contact en geeft soms abnormale waarden. De prijs ligt op €61 tot €82.
Wat doe je eraan? Loop deze stappen af, in deze volgorde.
Eén: de batterijen van de sensor. Een bijna lege batterij levert nog genoeg om te meten en te weinig om ver te zenden. Bij kou zakt de spanning verder. Vervang ze eerst, voordat je iets anders probeert.
Twee: opnieuw koppelen. Haal de batterijen uit de sensor en het scherm, wacht een minuut, en doe ze er weer in: eerst de sensor, dan het scherm, of zoals de handleiding voorschrijft. Veel stations kiezen bij het opstarten een kanaal en raken dat kwijt na een storing.
Drie: het scherm verplaatsen. Een meter naar links of rechts, of een andere kant van de kamer, kan het verschil maken. Zet het bij een raam aan de kant van de sensor als proef. Werkt het daar wel, dan weet je dat het om demping gaat.
Vier: de sensor dichterbij. Een plek die iets minder gunstig is voor de meting en wel verbinding heeft, is beter dan een goede plek zonder signaal.
Vijf: storingsbronnen. Is het probleem begonnen nadat er iets nieuws in huis kwam, een router, een babyfoon, ledverlichting met een goedkope driver? Zet dat een uur uit en kijk of het helpt.
Blijft het wegvallen, dan kan de sensor defect zijn. Bij A-merken zijn losse sensoren of buitenunits na te bestellen. Bij huismerken zonder modelnummer is dat vaak niet duidelijk. Vraag het na voordat je koopt als je er waarde aan hecht.
MostEssential Weerstation Wifi Edition met 2 Sensoren
Verkrijgbaar bij:
Batterijen, kou en de zonnecel
De buitensensor is het enige onderdeel van je weerstation dat het hele jaar in weer en wind staat, en het werkt op batterijen. Daar gaat het in de winter mis.
Gewone alkalinebatterijen verliezen spanning naarmate het kouder wordt. Rond het vriespunt leveren ze merkbaar minder, en bij strenge vorst kan een sensor uitvallen terwijl de batterijen bij kamertemperatuur nog halfvol zouden zijn. Dat gebeurt uitgerekend op de nachten waarop je wilt weten hoe koud het is.
Lithiumbatterijen hebben dat probleem veel minder. Ze blijven tot ver onder nul op spanning en gaan ook bij normaal gebruik langer mee. Ze kosten meer, maar je vervangt ze minder vaak, en bij een sensor op een mast scheelt dat klimwerk. Een tester zag lithium-AA's in de buitenunit van een station met wind- en regenmeter zeer lang meegaan. Een koper van een ander station meldt dat voor de buitenunit lithiumbatterijen nodig zijn. Een enkel merk levert ze standaard mee.
Let op: we bedoelen niet-oplaadbare lithiumbatterijen van 1,5 volt in AA- of AAA-formaat. Oplaadbare NiMH-batterijen leveren 1,2 volt en zijn daardoor minder geschikt voor een buitensensor die op 1,5 volt is berekend.
Kijk bij aankoop wat er in de doos zit. Bij de meeste stations in ons onderzoek worden de batterijen voor de buitensensor niet meegeleverd. Bij een station met een 7-in-1 buitenunit en een binnenstation op batterijen heb je er zeven nodig. Bij een set met een basisstation en drie zenders acht. Dat zijn kosten die niet op de productpagina staan.
Hoe lang gaan ze mee? Dat hangt af van hoe vaak de sensor zendt. Een koper van een wifi-station met een buitenunit die elke 10 seconden ververst, komt op minstens een jaar. In een praktijktest van een slim station was de batterij van de buitenmodule na twee maanden nog vol. Bij een ander slim station klagen kopers juist over het verbruik. Reken op één tot twee jaar met lithium en vervang preventief in het najaar, voordat de kou komt.
Sommige buitenunits hebben een zonnecel. Die neemt overdag de voeding over en spaart de batterijen. Er zijn twee uitvoeringen. Bij de ene laadt het paneel een ingebouwde accu, die de nacht overbrugt; een bespreking van een voordelig wifi-station noemt die accu vervangbaar. Bij de andere werkt het paneel naast gewone batterijen, die je nog steeds moet vervangen maar minder vaak.
Een zonnecel werkt alleen met licht. Een unit die voor de temperatuurmeting in de schaduw hangt, laadt niet. Bij een gecombineerde unit op een vrije mast is dat geen punt; die staat toch in de zon. In december, met korte donkere dagen, levert een paneeltje weinig. De batterijen of accu moeten dan het werk doen.
Zonnepanelen verouderen. Een koper van een A-merk wifi-station meldt dat het paneel na langdurig gebruik wit wordt. Het kunststof boven de cel wordt dof door uv-licht, en dan komt er minder licht doorheen. Af en toe schoonmaken met een vochtige doek helpt tegen vuil; tegen verwering niet.
Voor het binnenstation is het eenvoudiger. Werkt het op een adapter met batterijen als reserve, doe die reserve er dan in. Bij stroomuitval behoudt het station zijn instellingen en de koppeling met de sensor. Eén koper zag het touchscreen van zijn station na een stroomstoring zonder reservebatterijen niet meer reageren.
Noteer de datum als je batterijen vervangt, bijvoorbeeld met een stift op de batterij zelf. Dan weet je de volgende keer of ze lang of kort zijn meegegaan, en of er iets met de sensor aan de hand is.
Onderhoud door het jaar
Een buitenunit heeft bewegende delen en openingen. Die vragen twee keer per jaar een kwartier aandacht.
De regenmeter is het gevoeligst. De trechter vangt naast regen ook bladeren, zaadjes, stuifmeel, insecten en vogelpoep. Dat spoelt naar het gaatje onderin en verstopt het. Daaronder zit het wipje: een bakje met twee helften dat kantelt als één kant vol is, waarbij elke kanteling als een vaste hoeveelheid neerslag telt. Zit daar vuil of een spinnenweb in, dan kantelt het niet of te laat, en meet je te weinig of niets. Kopers die melden dat de regenmeter niet goed werkt, hebben vaak hiermee te maken.
Haal de trechter los, spoel hem schoon en controleer of het wipje vrij heen en weer beweegt. Doe dat in het voorjaar na het stuifmeel en in het najaar na de bladval. Giet er daarna langzaam een afgemeten hoeveelheid water doorheen en kijk of het scherm iets registreert.
De windmeter is het kwetsbaarst. De cups draaien op een kleine as met een lager, en dat lager slijt. Kopers van een veelverkocht station melden uitval van de windmeter na ongeveer drie jaar; een vervangende buitenunit kost dan ongeveer de helft van een nieuw station. Je kunt het uitstellen door de cups één keer per jaar te controleren. Geef ze een zetje: ze moeten soepel en lang uitdraaien. Stoppen ze abrupt of hoor je iets schuren, dan zit er vuil in of is het lager aan het einde. Wees terughoudend met olie: die trekt stof aan.
De windvaan moet vrij kunnen draaien en na een zetje terugkomen naar de windrichting. Controleer ook of de unit nog op het noorden staat; masten draaien na een storm.
De temperatuursensor zit in een behuizing met lamellen. Daar nestelen spinnen en insecten in. Blaas hem voorzichtig schoon. Gebruik geen hogedrukspuit; de sensoren zijn spatwaterdicht en niet meer dan dat.
Loop de bevestiging na. Beugels trillen los, kunststof wordt bros in de zon. Een koper van een basisstation meldt dat de schroefbevestiging van de buitensensor niet goed klemt. Een extra tiewrap of een roestvrijstalen slangklem kost weinig en voorkomt dat de sensor na een herfststorm in de tuin ligt.
Controleer de batterijcontacten als je toch bezig bent. Groene of witte aanslag wijst op vocht in het batterijvak. Maak de contacten schoon en kijk of het rubber van het deksel nog goed zit.
Na een paar jaar wordt de vraag: repareren of vervangen? Hier loont het als je bij aanschaf op het merk hebt gelet. Bij gevestigde merken zijn losse buitenunits te bestellen, is de klantenservice bereikbaar en geldt 2 jaar garantie, soms te verlengen na registratie. Een koper van een wifi-station kreeg zijn exemplaar na 18 maanden zonder discussie vervangen. Bij huismerken met 1 jaar garantie of minder, en zonder modelnummer, is een defecte buitenunit meestal het einde van het station.
Tot slot de gegevens zelf. Vergelijk je station een paar keer per jaar met een officieel meetpunt in de buurt. Loopt de temperatuur structureel uit de pas, dan is er iets veranderd: een struik die is gegroeid, een nieuwe schutting, een sensor die is verschoven. Een weerstation is geen apparaat dat je ophangt en vergeet. Wie er twee keer per jaar naar omkijkt, heeft er jaren plezier van.
Conclusie
De plek van de buitensensor bepaalt meer dan het merk of de prijs hoe goed je weerstation meet. Een sensor voor temperatuur en vocht hoort in de schaduw, op het noorden, onder een afdak en een paar centimeter van de muur. Een windmeter hoort hoog en vrij. Een regenmeter open en waterpas. Bij een gecombineerde unit kies je een compromis, meestal ten gunste van de wind.
Test het bereik voordat je monteert en ga uit van de laagste opgave. Valt de verbinding weg, begin dan bij de batterijen, koppel opnieuw en verplaats het scherm voordat je de sensor verdenkt.
Gebruik lithiumbatterijen buiten en vervang ze voor de winter. Maak de regenmeter twee keer per jaar schoon, controleer de windcups en loop de bevestiging na.
Het is geen groot werk. Een middag voor de montage en twee keer per jaar een kwartier, en je station meet wat het moet meten.